Ieder jaar ontvangen nieuwsmedia tussen maart en augustus persberichten van ongediertebestrijders en platformen voor ongediertebestrijders die bol staan van de bangmakerij en waar nogal wat onjuistheden in staan. Dit horror-persberichtenseizoen is inmiddels weer aangebroken en noopt redacties, journalisten en verslaggevers om alert te zijn op de afzenders van deze persberichten, en de inhoud kritisch te benaderen. De Wespenstichting waarschuwt voor onnodige angstzaaierij en het verspreiden van misinformatie door de inhoud van deze persberichten zonder factchecks over te nemen.
In de week van 8 april deden diverse media al verslag van een mogelijk horror-wespenseizoen, op basis van een persbericht dat ze die dag kregen. Gezien het aantal onjuiste beweringen in dit persbericht zou men kunnen stellen dat dit persbericht een week te laat was verstuurd en dat de media een week na 1 april alsnog gefopt werden. Enkele landelijke media alsook diverse lokale media namen het bericht of delen ervan over, mede omdat zij erop zouden mogen vertrouwen dat de inhoud van zo’n persbericht klopt.
Baat bij koude winter
Niet alleen de nieuwsmedia hebben het druk met de persberichten die ze ontvangen, ook woordvoerder Nathan Veenstra van de Wespenstichting kan er een dagtaak aan hebben. “Ik schrijf regelmatig media aan en wijs ze dan op de onjuistheden in zo’n artikel. Meestal leidt dat er wel toe dat zoiets verwijderd wordt, maar een probleem is wel dat er dan al de nodige mensen zo’n artikel hebben gelezen en de inhoud gaan geloven”, legt Veenstra uit. “Zo wordt er in veel artikelen beweerd dat een zachte winter leidt tot meer geslaagde wespennesten, terwijl de jonge wespenkoninginnen juist baat hebben bij een koude winter.”
“Het is op zich niet gek dat mensen aannemen dat de ongediertebestrijders weten waar ze het over hebben. Toch blijkt telkens weer dat de kennis over onze sociale wespen bij veel ongediertebestrijders minder is dan je zou denken”, stelt Veenstra. Tijdens de opleidingen is er dan ook vrijwel geen aandacht voor de verschillende wespensoorten, hun nut en levenswijzen. “Op zich is dat niet zo heel gek, omdat zo’n opleiding een brede opleiding is waarin allerlei aspecten van dierplaagbeheersing aan de orde komen. Er kan dus niet heel erg diep worden ingegaan op alle diersoorten”, vertelt Veenstra. “Voor andere diersoorten die door mensen als plaag worden ervaren is meer aandacht tijdens de opleidingen.”
Nuttige dieren
Wespen zijn nuttige dieren; ze bestuiven, houden de natuur in balans door allerlei insecten te vangen zodat daar niet te veel van komen, ruimen kadavers in de natuur op en zijn zelf ook weer voedsel voor andere dieren. Datzelfde geldt ook voor bijvoorbeeld mollen, zegt Veenstra. “Mollen zijn belangrijk voor het omwoelen van de grond en hoewel een molshoop in je gras misschien vervelend is, is het ook geen ramp. Je kunt zo’n molshoop gewoon wegharken en het zand over je gras verspreiden, na enkele weken en zeker na een regenbui zie je daar niks meer van.”
En zo zouden we mollen, maar ook wespen dus moeten koesteren, als het aan Veenstra ligt. “Jazeker, als we minder wespen hebben, komen we om in de dazen, vliegen en muggen. En ik vind vliegen toch echt vervelender bij mijn terras dan wespen. Vliegen blijven terugkomen als je ze wegjaagt, terwijl wespen enerzijds makkelijk op afstand te houden zijn met een wespenrestaurant, en anderzijds gewoon weg zijn als ze hebben waarvoor ze komen. Ik laat ze dus met liefde meegenieten van het zoet, omdat ze gewoon weer vertrekken wanneer ze genoeg hebben.” Heb je geen wespenrestaurant aangelegd, of heb je daar geen zin in, dan is een plantenspuit je vriend, legt Veenstra uit. “Zet een plantenspuit op vernevelstand en sproei wat richting de wesp en ze vliegt weg. De wesp vliegt liever droog en zal dus weg willen van de plek waar die nat wordt. Ze kan natuurlijk wel weer een keer terugkeren, maar er zijn veel mensen die zweren bij deze methode.”
Kritisch op ingestuurde persberichten
Terug naar de persberichten, waar Veenstra nog een laatste opmerking over heeft. “Voor journalisten, redacties en verslaggevers zou wat mij betreft moeten gelden dat ze altijd kijken wie de afzender is van zo’n persbericht. Als dat een bedrijf is, kijk dan of die ook maar enigszins een economisch belang kan hebben bij de inhoud van zo’n persbericht. Zit er ook maar iets in het persbericht waarmee ze de verkoop van hun product of dienst kunnen vergroten, dan is de kans enorm dat ze het alleen daarom hebben opgesteld”, zo stelt hij. En wat de inhoud betreft: “Je kunt dankzij het internet van alles zelf checken, en de echte kenners zoals stichtingen en verenigingen, maar ook hoogleraren en bijvoorbeeld entomologen, zullen alleen maar blij zijn dat je de inhoud van zo’n persbericht even bij ze checkt.”